maandag 2 maart 2015

Interview Daniël Arends



Daniël Arends heelt zacht




“Niet elke scheet die je laat, is de toewijding en de focus van de ander waard.”




 Bij onze noorderburen geldt hij als één van de spannendste cabaretiers van het moment. Met zijn intelligente spel en meesterlijke timing legt Daniël Arends onze hypocrisie bloot. Ik ontmoet hem in Amsterdam, zijn thuishaven.

Je hebt nu vier avondvullende programma’s op je naam staan. De kritieken zijn lovend en je trekt volle zalen. Geniet je van het succes?
“Nee, niet bewust. Alleen als ik niet goed in mijn vel zit, dan denk ik wel eens: wat is het toch lekker dat ik succes heb. Het is een beetje wat religieuze mensen doen: in tijden van nood jezelf vasthouden aan iets dat zogenaamd concreet zou zijn. Eigenlijk is het enige voordeel van succes dat het vrijheid creëert. Langs de andere kant belemmert het die vrijheid ook en heb je er uiteindelijk
dus niet zo veel aan.”

Blijf je hongerig?
“Iets minder. Dat heeft deels met verwendheid te maken en deels met een gezin hebben. Je hoeft jezelf ook niet meer zo nodig te bewijzen. Langs de andere kant is de rust die ik daardoor krijg, ook weer vruchtbaarder. Sinds ik twee jaar geleden vader werd, ga ik veel efficiënter met mijn tijd om.”

Vrij(blijvend)heid van meningsuiting
Aan het eind van je vorige programma De Zachte Heelmeester zeg je dat er op voorhand nooit een reden is om met het publiek te gaan praten. Die reden blijkt pas wanneer je met hen gaat praten. Je bent momenteel bezig met try-outs voor je nieuwe programma Carte Blanche. Is die reden al gebleken?
(denkt na) “Uiteindelijk moet ik gewoon mijn werk doen. De afspraak is: jullie komen en ik ga leuk doen. Dat is dan waarom ik met de mensen praat. Ik was wel helemaal vergeten dat ik dat gezegd had. Ik weet zelf niet eens zeker wat ik ermee bedoelde. Ik heb een soort talent voor het te laten lijken alsof wat ik zeg hout snijdt, terwijl dat helemaal niet het geval is.”       

Het is toch niet alleen pseudo-inhoud?
“Nee, maar veel wel. Ik schrik er wel een beetje van dat ik niet meer weet dat ik dat gezegd heb. Waarom dan? Waar ging dat dan over? Oh ja, dat was een soort halfslachtig terugkomen op het begin van de voorstelling.” 

Later in de voorstelling zeg je: “Als het je lukt de aandacht op te eisen, dan moet er ook echt iets komen.” Wat bedoel je daarmee?
“Misschien dat de aandacht te gemakkelijk wordt opgeëist. Niet elke scheet die je laat, is de toewijding en de focus van de ander waard. Het is een beetje zoals wat Theo Maassen zegt over vrijheid van meningsuiting: ze zouden het eens moeten verbieden en wie dan nog zijn bek opentrekt, daar wil je wel naar luisteren. Die vrijblijvendheid van “ik ben lekker mezelf en ik ben eerlijk, dus kan ik alles zeggen zonder erover na te denken” klopt niet. In mijn volgende show, Carte Blanche, gaat het over wie je bent, wat je doet en het verschil daartussen. Daar gaat het eigenlijk altijd over bij mij.”

Is er een soort morele code, een bepaald principe dat je volgt?
“Ik geloof wel dat ik een intern geweten heb, maar principes gaan zo over jezelf en hoe je nu eenmaal bent opgegroeid. Ik heb gewoon geen principes. Anderen niet tot last zijn, terwijl je zelf van je vrijheid probeert te genieten. Misschien is dat een soort principe, maar het is niet zo dat je dan weet op wie je moet stemmen. Ik herinner me wel dat ik tijdens het maken van De Zachte Heelmeester er nog aan moest wennen dat ik een gezin had. Plots nam ik hele korte gedachtes mee naar mijn werk. Die heb ik aan elkaar gelijmd, waardoor er altijd weer een kleine waarheid opdook, zonder dat er echt een verhaal is.”

Je maakt bijvoorbeeld de vergelijking tussen mensen en vogels. Hoe mooier de vogel, hoe eenvoudiger de melodie die hij fluit. Bij ons is het precies hetzelfde, zeg je, maar de schoonheid zit vanbinnen en we kunnen zelf bepalen welke melodie we fluiten. Kunnen we dat wel?
“Tot op zeker hoogte natuurlijk. Je kan wel je verantwoordelijkheid nemen voor je geluk. Als er vanbinnen iets lelijks is aan jou, dan kan je daaraan werken. Ik ben bijvoorbeeld niet te vertrouwen, maar daar kan ik wel aan werken.”

Niet slim, maar wijs
Je lijkt me een scherp inzicht te hebben in het hoe en het waarom van menselijk
gedrag. Heb je dat ‘doorprikkende’ altijd al gehad?
“Ja, volgens mij wel. Ik denk dat ik altijd wat slecht van vertrouwen ben geweest, waardoor ik bij mensen heb moeten kijken wat er wel en niet echt is aan hen. Het is een manier om jezelf te beschermen.”

Hoe probeer je met dat inzicht in de wereld te staan?
“Je hebt er uiteindelijk niet zo veel over te zeggen. Je kan verantwoordelijkheid nemen voor je geluk, maar je hebt geen controle over wat er allemaal op je pad komt. Het gaat er niet om dat je slim wordt en dat je dat dan kan laten zien. Het gaat erom dat je wijs wordt en dat je vrede hebt met hoe de dingen nu eenmaal zijn. Dan kan je in al je onhandigheid op de buitenwereld reageren en hoef je je niet voortdurend schrap te zetten. Groei is voor mij niet een richting die je uitgaat. Groei betekent voor mij altijd meer te worden wie je altijd al was. Je trucjes en je wapens om jezelf te beschermen zijn prima, maar daar heb je alleen iets aan als ze je dichter bij jezelf brengen. Op een gegeven moment leer je dat het oké is om bang te zijn en het allemaal niet te weten en dat je niet over alles een mening moet hebben. Je beseft dat je zoekende bent en misschien wel naar iets dat je nooit zal vinden.”

In een interview zei je dat je hoopt om op een dag grappen te maken, niet uit het verlangen naar bevestiging dat je goed genoeg bent, maar vanuit de instelling: ik ben leuk en ik heb iets te geven. Is dat met De Zachte Heelmeester gelukt, denk je?
“Ik was er bijna. Nu ben ik er wel. De behoefte om hard en agressief te zijn is bij Carte Blanche echt helemaal weg, terwijl het er toen nog in zat. Weet je wat het is? Die titel van je show moet je twee à drie jaar voordat het op de televisie verschijnt opgeven. Cabarettitels kloppen dus bijna nooit. Uiteindelijk is het zo dat elke titel van mijn show hoort bij degene die erna komt. Carte Blanche had dus eigenlijk De Zachte Heelmeester moeten heten.”

“Waar iemand anders in Allah gelooft, of in welke andere vorm van op angst gebaseerde bullshit dan ook, daar heb ik theater.”


Levenslessen van Roger Federer
Je lijkt me niet van het gelovige type, klopt dat?
“Nee, ik ben niet religieus.”

Op welke manier geef jij zin aan je bestaan?
“Toen Sandra Bullock een Oscar in ontvangst nam, zei ze: “Kunst is belangrijk, want het geeft ons iets om in te geloven.” Dat vond ik wel een goeie. Waar iemand anders in Allah gelooft, of in welke andere vorm van op angst gebaseerde bullshit dan ook, daar heb ik theater. Ik weet bijvoorbeeld diep vanbinnen dat ik vandaag niet bij de bakker was, ook al zeg ik dat dan op een podium. Toch moet ik daar dan wel heilig in geloven, anders heb je gewoon een rotavond. Ik kan me voorstellen dat wat ik dan gedurende anderhalf uur heb, dat gelovigen dat hun hele leven hebben. Dat ze denken: ja, als ik daar niet in geloof, waar gaat het dan  allemaal nog over? In die zin is de verbeelding in het theater, heel pathetisch gezegd, mijn geloof.”

Welke mensen inspireren je?
“Eerst heb je nog idolen binnen je eigen vakgebied, maar op een gegeven moment wil je juist dichter bij jezelf en je eigen talent komen. Zo is bijvoorbeeld Roger Federer, althans bepaalde facetten van hem, iemand die me inspireert. Hoe zet ik alles in functie van prestaties? Op die manier is hij voor mij wel een groot voorbeeld, maar daar ben ik echt nog lang niet. Langzamerhand kom ik er wel. Zo moet een artiest bijvoorbeeld leren niet over collega’s te lullen, of niet te gaan stappen als je de volgende dag een optreden hebt.”

Discipline, komt het daarop neer?
“Ja, en niet met je rug naar de toekomst leven, maar het gewoon echt durven doen. Nog zo’n tennisuitspraak is: don’t be afraid to win the match. Er is altijd iets in jou wat toch bang is en denkt: straks red ik het, en wat dan? Weer een grens verleggen? Weer groeien? Terwijl dat nu het enige is wat de moeite waard is, toch?”

Zeker weten.






donderdag 23 mei 2013

Een hypothetische spaghetti bolognaise



Voor de derde maal deze voormiddag, die ondertussen al geniepig is overgegaan in de volle middag, giet ik mijn roomwitte kop vol met koffie.
Zwart.
Nu ja halfvol, ’t is het laatste restje uit de pot.

Terwijl ik mijn eerste, lauwe slurp neem van de zwarte, dikke en zacht rollende vloeistof overweeg ik de gedachte dat ik misschien wel eens de grootste uitsteller van dit tijdperk zou kunnen zijn.
Ik behoor alleszins tot de top vijf.

Hypothetisch gesteld zou ik met een hypothetische adjunct van de hypothetische liga voor onverbeterlijke ‘voorzichuitschuivers’ een afspraak kunnen maken om een hypothetische spaghetti bolognaise te gaan eten in het hypothetische eetcafé ‘De Fantazant’ om mijn kandidatuur eens grondig door te nemen.

Hypothetisch gezien ga ik hier werk van maken.
Eerst nog wat koffiezetten.

zondag 5 mei 2013

Een mier in een plas cola - Deel I



Vroeg of laat gebeurt het telkens opnieuw. Het kaartenhuisje duikt in elkaar. 

We wringen onszelf in mentale bochtjes en kronkelen rondom de feiten heen, maar de onbetwistbare waarheid borrelt steeds terug op uit de krater in het meest centrale plekje van ons brein.


Plots is het erg duidelijk dat het leven verdomd pijn kan doen.
Onbevredigde verlangens, geknakte relaties, 
nostalgische gedachten die we hadden weggestopt op zolder of met een druilerige glimlach onder de mat hadden geveegd worden verzwaard terug in ons bewustzijn gekatapulteerd.  

We weten weer wat we al de hele tijd wisten en staan oog in oog met de schuldige.

Die onbetrouwbare hartsvriend.

De koppige kleuter.
Onszelf.


donderdag 20 september 2012

'De wereld ligt aan mijn voeten, maar ik kan mijn schoenen niet vinden.'

'De wereld ligt aan mijn voeten, maar ik kan mijn schoenen niet vinden.'


Niets vervelender dan willen, maar niet kunnen. Actie en vooruitgang verlangen, maar blijven kleven in een vliegenvanger genaamd doelloosheid. Enorm vervelend, weten dat er iets moet veranderen, maar in godsnaam niet weten wat dat ‘iets’ dan wel mag zijn.

Wat moet een jonge, relatief getalenteerde, relatief intelligente, relatief verwarde kerel als ik met zijn leven aanvangen? Blind rondtastend vooruit schuifelen? Of in een warme, gekunstelde ‘pseudo-zenhouding’ blijven zitten en diep, diep nadenken. Een weloverwogen beoordeling maken van de verschillende windrichtingen. Ik hou niet eens van wind. De wereld ligt aan mijn voeten, maar ik kan mijn schoenen niet vinden. Maar goed de zon schijnt, laten we onze aandacht vestigen op het aangename.
Je zou je kunnen afvragen of iedereen zichzelf nu werkelijk zo serieus neemt als hij zich voordoet.  Persoonlijk heb ik de uithoeken van het sociale rollenspel van dichtbij bekeken en ben ik tot de vaststelling gekomen dat de waarheid van een persoon erg fragiel is. Beroof mensen van hun masker en ze krimpen in elkaar als bange hamsters. Anderen vinden er dan weer niets beters op dan instinctief te reageren. Jazeker, het oeroude mechanisme agressie is nog steeds modieus. Uw ego is in levensgevaar, vechten soldaat!  Cynisme is hier op zijn plaats, maar met cynisme koop je niks. Ik open dus maar weer mijn lade met maskers en kies mijn exemplaar voor de dag uit. Zoals ik al zei, de zon schijnt. Iets luchtigs dus.

Helemaal zeker ben ik er niet van, maar naar mijn voorzichtige inschatting bevind ik me heden in het oosten. Ik ben namelijk werkachtig in Chinees restaurant ‘Het rijstkorreltje’. De eigenaar, Chen, een jonge dertiger van Aziatische afkomst, staat erop dat ik mezelf netjes kleed. Hijzelf worstelt echter met het vinden van zijn nagelknipper. De zwarte kroeten onder zijn nagels kunnen dat beamen. Natuurlijk kan je dat een man als Chen niet kwalijk nemen; als bijverdienste plant hij gele komkommers en marihuanaplantjes bij zijn buurman en beste vriend Tom. Ook ten huize Chen moet er ook nasi goreng op de plank komen. Tom is een rosse, ietwat dikkige zeebonk van middelbare leeftijd. Hij baat een videotheek uit en ruikt naar choucroute en oude zolders. Verder heeft hij de vastbesloten mening dat de videocassette zich slechts in een tijdelijke recessie bevindt. Maar goed, ik dwaal af.
Er moet gewerkt en gewerkt zal er worden. Ik trek mijn donkere kostuumbroek en zwart-wit ruiten hemd aan, zoals Chen me had opgedragen en fiets naar mijn plaats van tewerkstelling. 

‘Het Rijstkorreltje’ is een etablissement dat zich presenteert met een zekere trots. Weliswaar dezelfde soort trots dat de gemiddelde nachtwinkel uitbater voelt wanneer hij op een zondagochtend met vermoeide ogen de voordeur achter zich dichttrekt, een laatste blik werpend op het zonet geschikte chips rek. Het ademt een sfeer uit van vermoeide vriendelijkheid en misplaatste ambitie. Wanneer ik aankom staat Chen buiten een sigaret te roken.

’Dag Chen’ zeg ik. ‘Hallo William’ antwoordt hij, de sociale conventies respecterend. Hij bestudeert me kort, maar opzichtig. In zijn ogen lees ik een blik van goedkeuring. Ik veronderstel dat hij tevreden is met mijn kledij. ‘Mooi weer vandaag hé?’ zet Chen de conversatie verder, gevolgd door een onstuimige grinnik waardoor zijn ogen haast volledig tussen beide oogleden verdwijnen. Dat is Chen: zomaar lachkreten uitstoten, hoewel de situatie zich daar totaal niet voor leent. Merkwaardig, maar amusant. Converseren met iemand die buiten de lijntjes van het alledaagse kleurt zorgt voor een groot gevoel van vrijheid. Al vermoed ik, dat in Chens, dat veeleer het gevolg is  van een gebrek aan sociale voeling dan een teken van intelligentie. Hoe het ook zij, ik lach even met hem mee, knik hem toe en ga de zaak binnen.

Daar wacht Hu me op. Hu is Chens vrouw. Een schattig, traditioneel Chinees dametje van een meter of veertig. Om haar kleine gestalte te verhullen draagt ze buffalos, verborgen onder een broek met brede pijpen. Haar Nederlands is een soort ‘stripverhaalchinees’ met een Rotterdamse tongval.
‘Iets dlinken?’ vraagt ze me. ‘Zeker, een Cola Zero alstublieft’. Je kan het draaien en keren zoals je wilt, maar achter Cola Zero zit een uitstekend stukje marketing. Hoe maak je Cola Light toegankelijk voor mannen. Heel eenvoudig: maak associaties met actie, spanning en sexy chicks. En ik, ik drink mijn Cola Light en voel me een echte man. Verfrist en bevestigd in mijn seksuele identiteit begin ik aan mijn taak. 
‘Goeiedag. Tafeltje voor twee? Zeker meneer, kiest u zelf maar een plaatsje uit. Zal ik ondertussen uw jas aannemen? Wensen jullie een schaaltje kroepoek? Jazeker meneer. En wat zullen we drinken vanavond? Heeft u al een keuze kunnen maken? De loempia met krab? Uitstekende keuze mevrouw. Alles naar wens? Kan ik verder nog iets voor u betekenen? Uw oren leeg peuteren met een wattenstaafje, terwijl ik het Chinese volkslied neurie. Sakeflessen jongleren met mijn neusvleugels? Geen probleem meneer.’ 


Ober, ‘t is een hondenstiel. Na acht uur hielenlikken zit mijn dagtaak er op.
Een glansprestatie, al zeg ik het zelf. Ik word uitbetaald, acht euro per uur plus een stevige fooi. Niet slecht.

Ik verlaat de zaak, steek een sigaret op en verwijder het belachelijk beleefde, vettig vriendelijke masker dat ik de afgelopen uren op mijn aangezicht heb moeten verdragen. Tijd om de wolf los te laten, het bos in te duiken en huilend naar de maan te staren. Met andere woorden, we gaan op stap.